Hoe bedrijfshulpverlening volwassen werd

Er gebeurt iets op de werkvloer. Geen grote brand. Geen landelijke ramp. Maar wel paniek. Iemand raakt gewond. Een kleine brand breekt uit in een technische ruimte. Collega’s kijken elkaar aan.

Wie doet wat?
Wie neemt de leiding?
En belangrijker: is dit eigenlijk goed geregeld?

Vandaag noemen we dit vanzelfsprekend een BHV-situatie. Maar begin jaren ’90 was dat allesbehalve duidelijk. Bedrijfshulpverlening stond nog in de kinderschoenen. Organisaties wisten dát ze iets moesten regelen, maar niet hóé. En vooral: wat is genoeg?

Iemand die die ontwikkeling van dichtbij meemaakte, is Bert Slagter. Hij begon zijn loopbaan bij de brandweer, startte later zijn eigen BHV-opleidingsbedrijf AAS Veiligheid en verzorgde in de jaren daarna ook oefeningen voor CURA BHV. Inmiddels geniet hij van zijn pensioen. Maar zijn verhaal laat precies zien hoe BHV zich ontwikkelde: van brandweerdenken naar slimme, risicogerichte bedrijfshulpverlening.

Een tijd waarin BHV nog geen duidelijke vorm had

Begin jaren ’90 was er geen strak wettelijk kader voor bedrijfshulpverlening zoals we dat nu kennen. Er waren opleidingen, maar die waren vaak zwaar en uitgebreid. Niet altijd afgestemd op de realiteit van bedrijven.

En daar zat precies het probleem.

Een BHV’er is geen fulltime hulpverlener. Het is een medewerker met een eigen functie. Een teamleider. Een administratief medewerker. Een productiemedewerker. BHV is een rol naast het werk.

De vraag werd steeds urgenter:

Hoe bereid je mensen voor op de eerste minuten van een incident, zonder ze op te leiden voor een compleet ander beroep?

Dat spanningsveld voelde je in vrijwel iedere organisatie. BHV moest praktisch zijn. Werkbaar. Passend binnen een normale werkdag.

Europa zet de toon: verantwoordelijkheid bij de werkgever

Met de komst van de Europese Kaderrichtlijn Arbeidsomstandigheden in 1992 veranderde het speelveld. Werkgevers werden wettelijk verantwoordelijk voor:

  • eerste hulp

  • brandbestrijding

  • evacuatie

  • veiligheid en gezondheid op het werk

Later werd dit vastgelegd in de Arbowet en de AMvB Bedrijfshulpverlening. Belangrijk detail: de wet schreef niet voor hóe je BHV moest organiseren. En precies daar begon de volwassenwording van bedrijfshulpverlening.

Want als de overheid het kader geeft, maar niet de invulling, dan ontstaat er ruimte. Ruimte om na te denken over risico’s. Over organisatie. Over maatwerk.

Niet het certificaat stond centraal. Niet het examen.

Maar het risico binnen de organisatie.

Dat was nieuw.

Van verplicht nummer naar risicogerichte organisatie

Toen bedrijfshulpverlening definitief werd gekoppeld aan de Arbowet, werd één ding duidelijk: iedere organisatie moet BHV organiseren. Groot of klein.

Maar er kwam geen standaardmodel.

Geen vaste aantallen.
Geen universeel schema.
Geen one-size-fits-all aanpak.

Wat er wél kwam: verantwoordelijkheid. Werkgevers moesten aantonen dat hun BHV-organisatie aansluit bij hun risico’s.

En dat veranderde alles.

BHV werd geen cursus meer. Geen map in de kast. Geen vinkje voor de inspectie.

Het werd een organisatievraagstuk.

  • Hebben we voldoende BHV’ers?

  • Zijn ze aanwezig op de juiste momenten?

  • Sluit onze BHV opleiding aan op onze risico’s?

  • Weten mensen wat ze moeten doen als het echt gebeurt?

Geen standaardmodel meer. Geen one-size-fits-all.

Maatwerk werd de norm.

BHV ontwikkelde zich tot een zelfstandig vakgebied. Civiel georganiseerd. Dicht bij de praktijk van bedrijven. En steeds losser van oude, uniforme modellen.

En dat was een goede ontwikkeling. Want veiligheid werkt alleen als het past bij de organisatie.

Waarom deze geschiedenis nog steeds relevant is

Je zou kunnen denken: mooie geschiedenisles. Maar wat betekent dit vandaag?

Heel veel.

Want nog steeds wordt BHV in sommige organisaties gezien als:

  • een cursus

  • een certificaat

  • een jaarlijkse herhaling

  • een vinkje voor de inspectie

Terwijl BHV daar nooit voor bedoeld is.

BHV is ontstaan vanuit het idee dat risico’s verschillen. Dat organisaties veranderen. Dat teams wisselen. En dat veiligheid geen statisch document is, maar een dynamisch proces.

De realiteit van vandaag maakt dat alleen maar belangrijker:

  • flexibele werktijden

  • hybride werken

  • krappe bezetting

  • hoge werkdruk

De vraag is dus niet: “Hebben we BHV geregeld?”

De echte vraag is:
Is onze BHV vandaag écht paraat?

Van toen naar nu: CURA BHV

Bij CURA BHV bouwen we voort op deze ontwikkeling. Geen terugkeer naar zware modellen, maar vooruit naar flexibele, risicogerichte BHV die meebeweegt met de organisatie.

Dat betekent:

  • BHV die aansluit op de praktijk
  • inzicht in bezetting en paraatheid
  • overzicht zonder complexiteit

De ervaring van mensen zoals Bert herinnert ons eraan waar BHV vandaan komt. Niet vanuit papieren structuren, maar vanuit de werkvloer. Vanuit échte situaties.

BHV is geen verleden tijd

BHV is geen hoofdstuk uit een wetboek. Het is een levend onderdeel van iedere organisatie. Ontstaan uit noodzaak. Gegroeid door ervaring. En nog steeds in beweging.

Anouk BHV Coach CURA BHV

 

 

Plan een gesprek met BHV Coach Anouk van CURA BHV en ontdek hoe BHV werkt zoals het ooit bedoeld is: praktisch, mensgericht en klaar voor het moment dat het nodig is.