“Wie wil er BHV’er worden?”
Het lijkt een simpele vraag tijdens een teamoverleg.
Even rondkijken. Wachten op een hand in de lucht. Misschien meldt één enthousiaste collega zich. En verder blijft het stil. Mensen kijken naar hun scherm, nemen een slok koffie of zeggen: “Ik denk er nog even over na.”
Voor leidinggevenden, HR-managers en BHV-coördinatoren is dat herkenbaar. Je weet dat er voldoende BHV’ers nodig zijn. Je weet ook dat ze goed verdeeld moeten zijn over afdelingen, werktijden en locaties. Maar je wilt medewerkers niet het gevoel geven dat ze ergens in worden geduwd.
Toch is dat soms precies waar het schuurt.
Waarom medewerkers zich niet vanzelf aanmelden
Veel medewerkers hebben een spannend beeld van BHV. Ze denken aan reanimaties, brand, paniek of grote incidenten.
Aan situaties waarin iedereen naar hen kijkt en zij precies moeten weten wat ze moeten doen. Dat maakt de drempel hoog.
Daar komen vragen bij die vaak niet hardop worden gesteld. Ben ik dan altijd verantwoordelijk? Moet ik ook buiten werktijd
beschikbaar zijn? Wat als ik iets verkeerd doe? Wat als ik blokkeer? Moet ik tegen bloed kunnen?
BHV klinkt groot, maar begint vaak klein
Een ontruiming waarbij mensen begeleiding nodig hebben.
Een BHV’er hoeft niet alles alleen op te lossen. De rol is bedoeld om snel en rustig te handelen totdat professionele hulp overneemt. Of om te zorgen dat mensen veilig naar buiten kunnen. Dat verschil is belangrijk.
Waarom “wie wil?” vaak niet genoeg is
Vrijwillig aanmelden klinkt prettig. Het geeft ruimte en voorkomt druk. Maar de vraag “wie wil er BHV’er worden?” levert lang niet altijd genoeg op.
De rustige collega die heel geschikt is, zegt misschien niets. De medewerker die best interesse heeft, wacht af omdat niemand anders reageert. En sommige mensen denken: “Er zal vast wel iemand anders zijn.”
Zo ontstaat een bekend probleem: iedereen vindt BHV belangrijk, maar niemand voelt zich direct aangesproken.
Daarom helpt het om niet alleen open te vragen wie wil, maar ook gericht het gesprek aan te gaan. Kijk naar aanwezigheid, werkplek, werktijden en houding. Wie is vaak op locatie? Wie kent het gebouw goed? Wie blijft rustig als er iets onverwachts gebeurt? Wie is benaderbaar voor collega’s?
Aanwijzen hoeft niet hard te voelen
Soms moet je medewerkers actief vragen of aanwijzen voor BHV. Dat kan gevoelig zijn. Niemand wil dat veiligheid klinkt als:
“Jij moet dit er ook nog even bij doen.”
Toch kan aanwijzen zorgvuldig en respectvol.
Dat voelt anders.
Neem twijfel serieus
Misschien heeft iemand een nare ervaring gehad. Misschien is er angst voor medische situaties. Misschien speelt werkdruk mee. Of iemand denkt dat BHV veel meer tijd kost dan het werkelijk doet. Vraag daarom door.
Wat maakt dat je twijfelt? Waar zie je tegenop? Wat zou je nodig hebben om het wel te kunnen doen?
Vaak blijkt de oplossing kleiner dan gedacht. Iemand wil bijvoorbeeld best BHV’er worden, maar niet als enige op een verdieping. Of wel samen met een collega. Of pas nadat duidelijk is hoeveel tijd training en herhaling kosten.
Door twijfel serieus te nemen, voorkom je weerstand. Je laat zien dat BHV niet over mensen heen wordt uitgerold, maar mét mensen wordt georganiseerd.
Maak de rol concreet
Laat zien wat BHV oplevert
Van moeten naar meedoen
Wil je daarin stappen zetten? Dan denkt BHV Coach Anouk graag met je mee over hoe je jouw BHV-organisatie slimmer, sterker en beter uitvoerbaar maakt.