Een verbanddoos in het gebouw. Een AED aan de muur. Brandblussers op vaste plekken. Vluchtroutes op de plattegrond. Op papier lijkt het dan al snel geregeld. Maar bij een incident telt niet wat ergens aanwezig is. Dan telt wat mensen direct kunnen vinden, bereiken en gebruiken.
Want stel: een collega wordt onwel. Iemand verwondt zich ernstig. Er ontstaat rookontwikkeling in een opslagruimte. Dan wil je niet dat medewerkers moeten vragen: “Waar hangt de AED eigenlijk?” of “Wie weet waar de verbanddoos ligt?”
BHV-materialen werken pas echt als je team weet waar ze zijn.
Aanwezig is nog niet hetzelfde als bruikbaar
Veel organisaties hebben hun BHV-middelen netjes geregeld. Toch gaat het in de praktijk vaak mis op simpele punten.
De verbanddoos ligt in een kast waar maar één collega de sleutel van heeft. De AED hangt in een gang waar nieuwe medewerkers nooit komen. Een brandblusser is goedgekeurd, maar staat achter dozen. De vluchtroute bestaat op papier, maar wordt dagelijks geblokkeerd door leveringen, fietsen of meubilair.
Dat zijn geen details. In een noodsituatie zorgen dit soort obstakels voor vertraging, twijfel en onrust.
Een goede BHV-organisatie kijkt daarom verder dan de vraag: “Hebben we alles?”
De betere vraag is: “Kan iedereen het vinden wanneer het nodig is?”
Kijk door de ogen van iemand die het pand niet kent
Wie dagelijks op dezelfde locatie werkt, raakt gewend aan de indeling. Je weet welke deur naar het trappenhuis gaat. Je weet waar de receptie zit. Je weet welke kast “altijd” de verbanddoos bevat.
Maar nieuwe collega’s, stagiairs en uitzendkrachten weten dat vaak niet.
Juist daarom is het slim om BHV-materialen af en toe te bekijken alsof je voor het eerst binnenkomt. Loop vanaf verschillende werkplekken naar de dichtstbijzijnde verbanddoos, AED, nooduitgang en verzamelplaats.
Let daarbij op vragen zoals:
- Is de route logisch?
- Is de bewegwijzering duidelijk?
- Is het materiaal zichtbaar vanaf de looproute?
- Is de plek ook bereikbaar als er paniek of drukte ontstaat?
- Kan iemand zonder uitleg begrijpen waar hij heen moet?
Als het antwoord niet meteen duidelijk is, is dat een signaal. Niet om iemand de schuld te geven, maar om de situatie eenvoudiger te maken.
De AED: bekend bij meer mensen dan alleen BHV’ers
Een AED is bedoeld om snel ingezet te worden. Dan is het niet genoeg dat alleen de BHV’ers weten waar hij hangt.
In de praktijk kunnen de eerste minuten rommelig zijn. De BHV’er is misschien niet in de buurt. De receptie is tijdelijk onbemand. Een collega die normaal nooit met BHV bezig is, staat er ineens middenin.
Daarom moet de locatie van de AED bekend zijn bij een bredere groep mensen. Denk aan vaste medewerkers, tijdelijke krachten, teamleiders, receptionisten en medewerkers die vaak alleen openen of sluiten.
Maak het concreet. Niet: “De AED hangt bij de ingang.”
Maar: “De AED hangt links naast de receptiebalie, naast de deur naar de vergaderruimtes.”
Hoe specifieker, hoe beter.
Verbanddoos: vindbaar, bereikbaar en logisch geplaatst
Een verbanddoos hoort niet verstopt te liggen. Toch gebeurt dat gemakkelijk. Hij wordt verplaatst na een incident, belandt in een kast of staat op een plek die ooit logisch was, maar inmiddels niet meer past bij het gebruik van de ruimte.
Controleer daarom niet alleen de inhoud, maar ook de locatie.
Ligt of hangt de verbanddoos op een plek waar ongelukken kunnen gebeuren? Is hij bereikbaar tijdens openingstijden, avonddiensten of weekenddiensten? Weten medewerkers op verschillende afdelingen waar de dichtstbijzijnde verbanddoos is?
Voor grotere locaties kan één centrale plek te weinig zijn. Een magazijn, keuken, praktijkruimte of werkplaats heeft vaak andere risico’s dan een kantoorruimte. De plaatsing van BHV-materialen moet passen bij de dagelijkse praktijk.
Brandblussers: zichtbaar houden
Bij brand telt overzicht. Medewerkers moeten niet hoeven zoeken naar een blusmiddel of eerst spullen aan de kant moeten schuiven.
Toch verdwijnen brandblussers vaak ongemerkt uit beeld. Er komt een display voor te staan. Een levering blijft tijdelijk in de gang. Een schoonmaakkar krijgt een vaste plek naast de nooddeur. Voor je het weet is een blusmiddel technisch aanwezig, maar praktisch slecht bereikbaar.
Maak daarom van zichtbaarheid een vast controlepunt. Een brandblusser moet snel te herkennen zijn, vrij bereikbaar blijven en op een logische plek hangen.
Vluchtroutes moeten vanzelf spreken
Een goede vluchtroute is vrij, verlicht en logisch. Niet alleen voor mensen die het gebouw kennen, maar ook voor iemand die er voor het eerst is.
Dat laatste wordt vaak onderschat. Op een plattegrond kan een route duidelijk lijken, terwijl de praktijk anders voelt. Een deur oogt als personeelsdeur. Een gang lijkt dood te lopen. Een bordje valt weg achter decoratie of signing. Een nooduitgang wordt gebruikt als opslagplek.
Loop daarom regelmatig een echte route. Begin bij een werkplek, behandelkamer, klaslokaal, winkelvloer of magazijnstelling en loop naar buiten alsof er een ontruiming is.
Vraag jezelf onderweg af:
- Zie je direct waar je heen moet?
- Zijn nooduitgangen vrij?
- Kunnen deuren van binnenuit open?
- Is de route bruikbaar voor bezoekers of mensen die minder mobiel zijn?
- Is de verzamelplaats buiten duidelijk?
Een vluchtroute is pas goed als mensen hem zonder nadenken kunnen volgen.
Nieuwe en tijdelijke medewerkers: geef ze vier basispunten mee
Niet iedereen hoeft BHV’er te zijn. Maar iedereen die op locatie werkt, moet een paar basiszaken weten.
Neem daarom in de onboarding altijd kort mee:
- Hoe meld je een incident?
- Waar is de dichtstbijzijnde nooduitgang?
- Waar hangt de AED?
- Waar is de verzamelplaats?
Dit hoeft geen lange training te zijn. Tien minuten kan genoeg zijn om iemand wegwijs te maken. Zeker in sectoren met veel wisselende medewerkers, zoals zorg, onderwijs, logistiek, horeca en retail, is dit geen overbodige luxe.
Wie mensen inzet op een locatie, moet ze ook de basis geven om veilig te handelen.
Maak vindbaarheid onderdeel van je routine
BHV wordt sterker door herhaling. Niet door één keer per jaar groot uit te pakken en daarna te hopen dat iedereen het onthoudt.
Koppel de controle op vindbaarheid aan momenten die er toch al zijn. Bijvoorbeeld:
- de maandelijkse facilitaire ronde;
- het openen of sluiten van een locatie;
- de introductie van nieuwe medewerkers;
- een interne verhuizing;
- een verbouwing of herinrichting;
- de start van een drukke periode.
Leg kort vast wat je ziet. Niet ingewikkeld, wel duidelijk. Wat is gecontroleerd? Wat viel op? Wie pakt het op?
Zo voorkom je dat kleine afwijkingen blijven liggen tot het moment waarop ze echt problemen veroorzaken.
Kleine rondgang, groot verschil
BHV-materialen hoeven niet alleen aanwezig te zijn. Ze moeten opvallen, bereikbaar zijn en bekend zijn bij de mensen die ermee moeten handelen.
Plan daarom deze maand één korte rondgang met je team. Loop van de werkplek naar de verbanddoos, de AED, de nooduitgang en de verzamelplaats. Laat collega’s zelf aanwijzen waar alles is.
Dat kost weinig tijd. Maar op het moment dat er echt iets gebeurt, kan het precies het verschil maken tussen zoeken en handelen.
Wil je daarin stappen zetten? Dan denkt BHV Coach Anouk graag met je mee over hoe je jouw BHV-organisatie slimmer, sterker en beter uitvoerbaar maakt.